Waar hangen de bizons uit?

We zijn dus weer terug uit Holland. Dat is niet gemakkelijk gegaan. We doelen op de vliegreis met WizzAir. Rechtstreeks Eindhoven-Belgrado.
Zoals altijd hebben MiR enig verschil van mening over de vraag ‘Hoe laat vertrekken we van huis?’ Of anders gezegd: ‘Hoeveel uur willen we van te voren op het vliegveld aanwezig zijn? Het is ‘jagen’ of ‘verzamelen’. Waarover later meer.

Marija vrolijk wachtend, bij een rookpaal, op de trein naar Eindhoven

Het grappige eraan is dat de vraag over ‘hoe laat vertrekken’ een heel ander gevoel oplevert dan die over ‘hoeveel uur van te voren’.
Een mens slaapt al pakweg 30% van zijn bestaan, maar daar moet je ook nog eens de ‘tijd die een mens wachtend doorbrengt’ bij optellen. Daar word je een beetje nerveus van. Dan blijkt dat je niet zoveel Surduk- en Rotterdamtijd overhoudt voor de leuke dingen des levens.

En wachten moet je. Als je gaat vliegen. We hebben de wederwaardigheden van onze WizzAir-Surduk-reizigers een beetje bijgehouden.
En wat is het resultaat? Van de in totaal tien vluchten is er slechts eentje stipt op tijd vertrokken. De andere acht liepen allemaal vertraging op. Zoals die van ons, Belgrado-Eindhoven. Twee uur en tien minuten later dan gepland vertrok het paars gekleurde vliegmonster pas. En wachten op een vliegveld is geen pretje. Ook niet als het maar een half uur tot een uurtje is.

Novak Servische tennisser en Nummer 1 van de wereld; een goed voorbeeld van een 'jagende verzamelaar'

Even terug naar de ‘jagers’ en de ‘verzamelaars’. Naar respectievelijk Rudi en Marija. Rudi wil geen seconde te veel wachten [we zien wel waar de bizons uithangen]. Marija wil ruim een uur van te voren ergens aanwezig zijn [de bizons moeten netjes onder handbereik zijn].
Deze keer wint de ‘jager’: we besluiten dat we ons dertig minuten voor vertrek van het vliegtuig melden bij de incheckbalie. Dan ga je terugrekenen om de vertrektijd van de trein te bepalen. Kat-in-‘t-bakkie.

We staan in een lange rij wachtenden. Voor Polen en Bulgarije. Maar Belgrado staat ook nog steeds netjes aangegeven op het elektronische vertrekbord.
En als we aan de beurt zijn, zegt de Miep achter de balie: ‘De gate is al dicht. U kunt niet meer mee’. Huh? Wat? Zijn ze helemaal gek? We zijn toch op tijd? Moesten toch van de vliegmaatschappij uiterlijk 30 minuten van te voren aanwezig zijn als je geen bagage hebt? Zoals wij.

'Ik ben een Serf, maar een goeie', wachtend tot de majstor voor de airco klaar is met het werk

Het is wat onduidelijk, maar we mogen toch nog door. Ons wordt iets gewezen en gebrabbeld als ‘bij de trappen’ en MiR rent als dwazen de aangewezen kant op. Bovenaan de trappen, we staan er hijgend, zien we niets wat duidt op toegang tot een vliegtuig naar Belgrado. Weer naar beneden. Met grote stappen.
Marija denkt ‘Heb ik weer!’ Rudi waarschijnlijk ook.

De majstor voor de airco wachtend op nog meer klantjes bij een temperatuur van 35 graden

We zien een balie. We zien een reiziger die erop wordt gewezen dat je maar één stuks handbagage mag hebben en niet twee. De reiziger protesteert en MiR wurmt zich er ongekend brutaal tussen. ‘Kunnen we nog mee maar Belgrado? We moeten er NU door!’
Vraagt de man achter de balie; ‘Waarom heeft u zo’n haast? U hebt nog alle tijd, hoor. Maar gaat u maar voor.’
Huh? Die Miep deed toch zo gewichtig aan die andere balie? Hebben we ons dan voor niks uit de naad gerend?

De bietjes hebben ook gewacht op het moment dat ze kunnen worden geplukt

We scheuren, ondanks deze geruststellende woorden, door de elektronische poortjes, we dringen asociaal voor bij de lopende band. En we staan uiteindelijk hijgend in een wachtruimte. Daar komt je een walm van wachtende medemens tegemoet. Spontaan door hun deodorantgrens gebroken. Net als wij trouwens.

‘Vertrekt hier het vliegtuig naar Belgrado?’ De wat oudere man tot wie Marija zich met deze treffende vraag richt, reageert wat onduidelijk. In een wat onduidelijke taal. Het zou zo maar ‘nee’ kunnen zijn, terwijl de man ‘ja’ bedoelt.

Maar omdat we het afgelopen kwartier tot grote asociale hoogten zijn gestegen, stellen we deze vraag ogenblikkelijk aan iemand die naast hem staat. Antwoord: ‘ja, deze moet naar Belgrado’.
MiR kijkt naar buiten, naar het platform. Geen wild paars gekleurd vliegtuig te bekennen.

Marija kan niet wachten met het voor het eerst aanzetten van de airco

Nee, natuurlijk niet. Dat vliegtuig komt pas over 45 minuten. Drie kwartier later dan gepland. Hebben wij weer!

En de volgende keer? Tja, dan wint Marija de ‘verzamelaarster’. Dan zijn we ruim een uur van te voren op het vliegveld.

Want rond die tijd hangen daar de bizons uit. Kom je later, dan zijn ze gevlogen.

 

Dit bericht is geplaatst in Holland, Mijmeringen, Surduk. Bookmark de permalink.