Tajs u Surduku

Wat leuk. Loopt Rudi langs de “breg”; dat is de afgrond boven de Donau bij ons. Komen daar onze Hollandse vriendin met haar man [IiLj] uit het dorp aanlopen. Met hun honden. En met nog iemand. “Goeiedag, ik ben Tajs” [we schrijven het maar op zijn Servisch; dat staat leuk]. Een Hollander dus.
Eind van de middag even een borreltje bij de vrienden?

Hollandse tulpen  De trots van Marija

Holandski Tajs moet worden wakker gemaakt. De frisse buitenlucht heeft hem rond half zes in de avond al dik in dromenland doen belanden. Dat is hem aan te zien, als hij uit de nieuwe buitenhut van het pension Dunavsko Gnezdo komt. Ach, Rudi heeft er gelijk spijt van dat we de “gazdarica” van de Gnezdo hebben gevraagd hem wakker te maken.

Hij blijkt Servische geestverwanten te hebben bezocht en een lezing te hebben gegeven. Zoek het in de hoek van de sociaal-democratie. Hij vertelt er interessante dingen over.

En heel toevallig komt hij terecht in het Donau Nest en heel toevallig is de buurvrouw een Nederlandse. En heel toevallig wonen er nog een paar Hollanders verderop.

We drinken heerlijke Turkse koffie en slaan een fantastische, zelfgestookte “jabuka”[appel] van IiLj niet af. En dat doen we daarna een paar keer nog steeds niet. Van even een uurtje blijven, komt niets terecht.

Het is pikkedonker als Rudi terug naar huis fietst. Zonder licht. Geen probleem. Het weggetje kent hij als zijn broekzak. Maar de NRC vinden die uit zijn zak is gevallen tijdens het fietsen, dat is even wat anders. Dat lukt vanzelfsprekend van geen kanten.

Geen nood. Die heeft Tajs de volgende dag gevonden. Een Hollander, die een wat natte NRC op de grond vindt. In Surduk.
Hij steekt hem achter een ruitenwisser van de auto van IiLj. Zo, die Hollanders laten ook van alles rondslingeren op straat.

Nog steeds trots op Hollandse tulpen van Marija  Marija’s Hollandse tulpen

De volgende dag vereert Tajs ook ons met een bezoek.  De “gazda” van de Dunavsko Gnezdo, Aleksandar, heeft hem bij onze poort afgeleverd. Hij komt mee om kennis met ons te maken. Dat wilde hij en zijn vrouw vorig jaar al. Maar daar is toen niets van gekomen. Zo verging het ons ook.

We krijgen een fijne fles met zelfgestookte pittige pruimensap als cadeautje. Of we zo gauw mogelijk maar eens bij hen op bezoek komen.
Dat gaan we doen, want dan kunnen wij ook zien hoe de Dunavsko Gnezdo er in het echt uitziet.

We hebben aan de buitentafel, geflankeerd door een zelfgestookte pittige druivensap, een paar interessante gespreksonderwerpen bij de kop gepakt. Heerlijk om zo weer eens even in het Hollands elkaar te bevragen over van alles. Over de mens als “jager” [altijd onderweg willen zijn] en als “verzamelaar” [of zoals Marija zegt: nestmakers]. Altijd op zoek naar de dingen die je motiveren, die je op weg helpen. Feest der herkenning deze ontmoeting.
Interessante man, ovaj Tajs. En heel aardig bovendien. Hvala na posetu.

Dit bericht is geplaatst in Holland, Surduk. Bookmark de permalink.