Visser vangt Bleki

MiR, dochter- en kleindochterlief gaan een stukje varen op de Donau. Het is druk aan de oever. Vreemd, want doordeweeks zijn er bijna nooit vissers. Maar deze dag wel, met een heleboel hengels

Het zwemvestje zit kleindochterlief als gegoten. Dat is alvast een goed begin, ook omdat ze niet protesteert als ze hem aan moet trekken. De honden rennen vrolijk langs de oever. Ze blaffen naar de vissers. Logisch, want dit hondenteam wil de baasjes beschermen.

We zijn nog maar net een stukje van de kant met de boot of we horen een luid geschreeuw en gevloek vanaf de oever. We zien Api ondertussen naar het eiland zwemmen. Wat hij heel goed kan. Dus geen zorgen.

Maar Bleki, ook een hele goede zwemmer, komt niet echt vooruit. Ook op weg naar het eiland.
Er wordt dus geschreeuwd, geroepen en opeens begrijpen we het: Bleki zit vast aan een of meer vishaken van de vele hengelaars.
Paniek bij opa, zij het wel onder controle. Hier is een dier in nood. Als dat maar goed gaat!

Het verhaal over de hond van onze lasbuurman
Dat beestje zit, een paar weken terug, ook vast aan een hengel van een oever-visser, dreigt koppie onder te gaan van vermoeidheid. Gelukkig weet de lasbuurman met een bliksemsnelle actie zijn boot naar zijn hond-in-nood te sturen. Aan zijn halsband trekt hij de hond uit het water, floep de boot in. En in die halsband blijkt de haak vast te zitten. Geluk bij een ongeluk: niet in de hond, maar in zijn halsband.

Opa peddelt in Olympisch recordtempo terug naar de oever en roept tegen Bleki dat ze terug moet zwemmen: naar huis! (in het Servisch natuurlijk!). Hij maakt er ook armgebaren bij die dat roepen ondersteunen. Naar huis! En dat doet ze.

Olympisch losgeworsteld uit de modder, met modderkluiten en steentjes in je plastic schoentjes die het rennen naar Bleki ongemakkelijk maken, knipt opa de vislijn door die de visser met Bleki verbindt. Dat is een zorg minder. Nu de andere zorg: waar zit de vishaak in Bleki vast?

Bleki, onze logeerhond

Bleki, onze logeerhond

Bleki luistert niet meer. Bij elke beweging van opa om Bleki vast te pakken, wijkt ze achteruit. Zo gaat het minutenlang, voor je gevoel wel een 20-30 minuten.
Uiteindelijk laat ze zich toch vangen.

Opa gaat met zijn handen door haar zwarte vacht, op zoek naar een vishaak.

Ondertussen krult de koeiestront zich tussen zijn vingers en spuit de adrenaline uit zijn oren.

Voor haar zwemtocht richting eiland heeft ze vast en zeker in een koeievlaai liggen rollen (gehuld in deze jachtgeur kan ze het eiland onveilig gaan maken; zo zijn de wetten van de natuur).

De vishaak moet aan de andere kant van haar zij zitten, maar omdraaien doet ze niet. Bovendien stinkt ze, ondanks haar korte zwemtochtje, uren in de wind. Uitschudden doet ze ook, kortom opa stinkt nu ook een uur in de wind. Ze gaat weer voor opa op haar zelfde zij liggen. Die vishaak zit nog in haar vast. Maar waar, ja ergens aan haar rechterkant, haar andere kant.

MiR, dochter- en kleindochterlief houden het boottochtje maar voor gezien en gaan terug naar huis. We zijn allemaal geschrokken. Api en Bleki lopen met ons mee.

Thuis lukt het opa Rudi om de vishaak te vinden. Bleki stinkt naar stront, opa stinkt naar stront, maar het vishaakje is gevonden: boven in haar rechtervoorpoot, bij haar schouder.

Dat wordt werk voor de dierenarts. Daar gaat opa echt niet aan beginnen.
Koeiestront, OK. Maar bloed, nou nee…

Dit bericht is geplaatst in Surduk, Vissen. Bookmark de permalink.